Nieuws
Nieuwsoverzicht

Opleiding tot Schoolleider: Je gaat het pas zien als je het door hebt

‘Je gaat het pas zien als je het door hebt’. Zo’n heerlijke Cruijff-uitdrukking waar je drie keer naar moet kijken om er vervolgens om te lachen.  Cruijfiaans wordt het genoemd, het unieke taalgebruik van Nederlands grootste voetballer Johan Cruijff. Cruijff als orakel: voor de één een bron van wijsheid, voor de ander kleurrijke maar onnavolgbare taal. ‘Maar’, zo ging Pieter Winsemius in zijn boekje over Cruijff verder: ‘over één ding is iedereen het eens: als succes de maatstaf is, is Johan Cruijff een leider. Leiders onderscheiden zich immers doordat zij het beste uit zichzelf en hun omgeving kunnen halen. Als speler en als coach stond Johan Cruijff aan de wereldtop.’

Opleiding tot Schoolleider: Je gaat het pas zien als je het door hebt

Het beste uit anderen halen. Het vuur ontsteken. Dat was hetgeen wat Cruijff voor ogen had. Het is het ook hetgeen wat we in het onderwijs voor ogen hebben. Sterker nog, het is wat het onderwijs tot zo’n prachtig vak maakt! Een vak waarin ‘leren’ niet alleen maar het overbrengen van kennis, het werken aan competenties en het voldoen aan de normen van de inspectie is. Het is de stiekeme droom van iedere leraar: dat je verschil maakt. Dat je op een beslissend moment in het leven van een leerling iets wezenlijks kunt betekenen. Het is ook de droom van veel schoolleiders – en niet eens stiekem!- dat ze het beste uit zichzelf en uit de collega’s met wie ze werken kunnen halen. Of in ieder geval: dat ze dat proces kunnen begeleiden.

Begeleiden van leerprocessen

De laatste jaren is in heel Nederland veel aandacht besteed aan de ondersteuning van (startende) leraren. Centraal staat het besef dat een leraar die van de opleiding afkomt niet ‘klaar’ is, maar zich verder moet ontwikkelen om de leerlingen met wie hij of zij werkt optimaal kansen te kunnen bieden en te kunnen ondersteunen in hun ontwikkeling. Coaching en begeleiding van deze leraren in hun ontwikkeling van startbekwaam naar vakbekwaam leraarschap is binnen het onderwijs inmiddels een belangrijke taak. Coaching en begeleiding, het is inmiddels geen hype meer en geen modegril. Sterker nog, het zijn begrippen die niet meer weg te denken zijn uit onze maatschappij en dus ook niet uit ons onderwijs. Begrippen ook, die aansluiten op de veranderende opvatting over schoolleiderschap: leiding geven aan leren. Hierin wordt door de schoolleiding niet alleen het leren van leerlingen / studenten centraal gesteld, maar ook dat van docenten, teams en de organisatie als geheel.

Dat ons onderwijs verandert, is een open deur. En dat werken in het onderwijs en alle veranderingen die daarin gaande zijn veel van leraren en docenten en schoolleiders vraagt, is de tweede. In mijn Rotterdamse groep van de Opleiding Schoolleider Basisbekwaam hebben we hierover veel met elkaar gesproken, over de veranderingen die gaande zijn en waar je het als schoolleider gewoon maar mee hebt te doen. Vanuit de aangeboden literatuur keken we naar al die verschillende vormen van leiderschap en de wijze waarop die – al dan niet- zichtbaar zijn in de eigen onderwijspraktijk. We praatten ook over “veranderen”, wat dat met ons doet in de context van de school als organisatie en hoe je veranderingsprocessen vanuit je schoolleiderschap begeleidt.

We praatten vooral ook iets anders: over wat het betekent als je een opleiding als deze gaat doen. Hoe ongemakkelijk het soms voelt, hoe het soms ook aan alle kanten schuurt. Juist, omdat je dingen gaat zien die je eerst nog niet zag. Juist, omdat je voelt dat je er, om daadwerkelijk stappen te kunnen zetten in je ontwikkeling, verandering noodzakelijk is…  

En veranderen heeft te maken met leren. Of afleren. Of loslaten.

Voor welke vorm van leiderschap je ook kiest, geen van de vormen gaat simpelweg over het ‘krijgen van de ander (collega’s, team, ouders) van A naar B’. Uiteraard, het bereiken van een gewenst resultaat is belangrijk. Waar het in essentie over gaat, is het begeleiden van een leerproces. Een leerproces dat zich ontwikkelt van niet weten naar bewust handelen. Datgene dus, waar we als collega’s binnen Penta Nova met onze opleidingen voor staan, een proces waar we van harte onze bijdrage aan leveren.

Leren en reflecteren

Het was winter 2010. Een paar maanden ervoor was ik verhuisd naar een andere stad waar ik stap voor stap probeerde een nieuw leven op te bouwen: nieuwe mensen, nieuwe activiteiten, nieuwe perspectieven. “Goh joh”, zei mijn collega op een avond in dat kader. “Waarom ga jij niet op schaatsles. Vind ik jou wel een type voor.” En zo geschiedde. Ik haalde mijn oude noren uit het vet die ik ooit kocht toen mijn voeten waren uitgegroeid, trok een oude trainingsbroek uit de kast en meldde me, mezelf enigszins overschattend, aan voor de eerste lessen op het ijs: voor iemand die in haar jeugd drie paar rolschaatsen versleten heeft, moesten die schaatslessen toch een eitje zijn. Ik ging dit varkentje wel even wassen en zag mezelf in het seizoen erna met de mannen in de snelle pakken in de binnenbocht mee, in een “aanval op de lage dertigers”. Een mooi toekomstperspectief. En iets om je aan vast te houden. Het moet gezegd.

Inmiddels is het zomer 2018. Mijn oude Vikings zijn verruild voor spiksplinternieuwe naar mijn voeten gevormde exemplaren. Mijn oude trainingsbroek heb ik vervangen voor een patente schaatsoutfit – aan mijn spullen ligt het inmiddels niet meer…- en soms, heel stiekem al niemand kijkt, maak ik een uitstapje naar de binnenbocht. Van “lage dertigers” is het nog niet gekomen. Van een gebroken schouder al wel.

Maar ik ben vastbesloten: om het te gaan zien als ik het door heb.

Mijn gewenste situatie is glashelder: net zo lang doorgaan totdat ik dit kan, soepel ‘pootje over’ de bocht door, daarbij mijn snelheid houdend én blijven letten op de techniek. Niet omdat het moet, maar omdat ik het wil. In de wetenschap dat ik ondersteund word door mijn eigen Cruijff: coach Chiel. Die mij in onvervalst Haags toe roept dat “die heup” en “die poot” met me mee moeten in de bocht. Dat “ik het moet voeluh”, dat het “bij mij tussen mijn oren zit” en ook, ter geruststelling,  “zie je nou dat je het best wel ken?” En hij heeft gelijk: het zit bij mij tussen mijn oren. Een kwestie van lef hebben is het, en van durven: met een bloedgang de bocht in, en er het liefst nog harder uit.

Hoe je kijkt maakt wat je ziet

Lef hebben en durven. En afleren. Vooral afleren. Dat laatste was het, wat mij te doen stond in de eerste jaren van mijn “schaatscarrière”. Loslaten van wat ik dacht dat goed was. Afleren van een manier die ‘toch ook goed werkte’ (maar waar ik geen seconde sneller van ging schaatsen). Vertrouwen op het feit dat het perspectief dat ik kreeg aangereikt weliswaar anders was dan dat van mij, maar daarmee niet ‘minder’.

Afleren dus. Anders leren kijken. En je realiseren dat “hoe je kijkt maakt wat je ziet”: alles wat we doen beschouwen we immers door ons eigen filter van de werkelijkheid. Als volwassenen hebben we immers al van alles meegemaakt en hebben we alles een bepaalde betekenis gegeven. We zien onze wereld vanuit alle kennis, ervaringen, gevoelens en de betekenis die we daaraan hebben gegeven, met als gevolg bepaalde manieren van reageren en handelen. Het is ons referentiekader, onze bril waardoor we naar de wereld kijken. We ordenen aan de hand van die bril de nieuwe situaties waarin we terecht komen en die we moeten interpreteren. Ons referentiekader vormt de basis voor elk nieuw leerproces. Hoe minder het nieuwe past in ons referentiekader, hoe moeilijker het is om iets nieuws te leren. Het kan zelf zo zijn, zo zegt Van der Pol (2012), dat we nieuwe situaties (onbewust) negeren vanwege een ‘tunnel-visie’, omdat het niet past in ons raamwerk en we dus niets leren. Kortom, “hoe je kijkt, maakt wat je ziet”. Of, sterker nog, zoals ik zelf ooit leerde in een van mijn opleidingen: “wat we denken te zien, is vaak eerder wat we denken, dan wat we zien.”

De schoolleiders van de groep in Rotterdam ronden heel binnenkort hun opleiding basisbekwaam af. Een jaar waarin ze hebben ontdekt en andere perspectieven aangereikt hebben gekregen die ze onderzochten op de waarde voor hun eigen onderwijspraktijk. Ze zijn het aangegaan, het ongemak dat ontstond toen zaken anders waren dan dat ze altijd gedacht hadden. Want het heeft geschuurd: dat is een ding dat zeker is! Maar bovenal: ze hebben ongelooflijk veel geleerd. Ze zijn klaar, om de volgende stap te zetten in hun ontwikkeling. Wedden, dat ze het doorgekregen hebben?

Literatuur

Halmans J. en Bakker A. (2014), Coachen met lef. Uitgeverij Boom/Nelissen
Pol, van der I. (2012), Coachen als professie. Boom/Lemma Uitgevers

Marieke van Vliet is kerndocent van de Opleiding tot Schoolleider, werkt als docent binnen de opleiding Middenmanagement en als tutor binnen de Master Educational Leadership.